Legislator Corpus giuridico & Giurisprudenza
ECLI:NL:RVS:2026:9 ECLI:NL:RVS:2026:9 Generato dall'IA

ECLI:NL:RVS:2026:9 — ECLI:NL:RVS:2026:9 — Raad van State

Numero d'incarto ECLI:NL:RVS:2026:9
Autorità giudiziaria
Data della decisione
Giurisdizione Paesi Bassi — Giurisprudenza (NL)

Sintesi della sentenza (Oggetto del contendere & Esito)

Generato dall'IA

BRS.25.001937 ECLI:NL:RVS:2026:9 Datum uitspraak: 6 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 5 november 2025 in zaak nr. NL25.52723 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie....

Massima giurisprudenziale / Regesto

Generato dall'IA
BRS.25.001937 ECLI:NL:RVS:2026:9 Datum uitspraak: 6 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 5 november 2025 in zaak nr. NL25.52723 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie....

Ti chiedi come si applica questa sentenza alla tua fattispecie?

Analizza questa decisione insieme alla legislazione federale e cantonale, ai commentari e alla giurisprudenza successiva in Legislator AI.

Apri in Legislator →

Testo integrale della sentenza — ECLI:NL:RVS:2026:9

BRS.25.001937 ECLI:NL:RVS:2026:9 Datum uitspraak: 6 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 5 november 2025 in zaak nr. NL25.52723 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 9 augustus 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 5 november 2025 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister tegen het voortduren van de bewaring aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). 1.1. Wat appellant aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor. 2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Meurs-Heuvel griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2026 47-1182