Legislator Giurisprudenza & Legislazione
ECLI:NL:RVS:2026:273 ECLI:NL:RVS:2026:273 Generato dall'IA

ECLI:NL:RVS:2026:273 · Raad van State

Numero d'incarto ECLI:NL:RVS:2026:273
Autorità giudiziaria
Giurisdizione Paesi Bassi (NL)
Data della decisione

Sintesi Legislator

Generato dall'IA

Procesverloop Bij e-mail van 22 april 2025 heeft het COa de opvang van betrokkene beëindigd. Bij uitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de e-mail van 22 april 2025 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van die e-mail. Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. T. de Boer, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Regesto Legislator

Generato dall'IA

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2026:273 · Raad van State: Bij uitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de e-mail van 22 april 2025 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van die e-mail. Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. T. de Boer, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Parole chiave

Generato dall'IA
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Disposizioni normative citate

Generato dall'IA
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Ti chiedi come si applica questa sentenza alla tua fattispecie?

Analizza questa decisione insieme alla legislazione federale e cantonale, ai commentari e alla giurisprudenza successiva in Legislator AI.

Apri in Legislator →

Testo completo

BRS.25.002384 ECLI:NL:RVS:2026:273 Datum uitspraak: 20 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende onder meer het hoger beroep van: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 november 2025 in zaak nr. 25/17203 in het geding tussen: [de betrokkene] en het COa.

Procesverloop Bij e-mail van 22 april 2025 heeft het COa de opvang van betrokkene beëindigd. Bij uitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de e-mail van 22 april 2025 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van die e-mail. Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. T. de Boer, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Overwegingen 1. Het COa verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat het de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren, voor zover dit gaat over de herplaatsing van betrokkene op de wachtlijst voor passende huisvesting en de vergoeding van de proceskosten, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

2. Gelet op de belangen die het COa en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. wijst het verzoek af; II. veroordeelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. De Moor-van Vugt voorzieningenrechter w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026 1028