Legislator Giurisprudenza & Legislazione
ECLI:NL:RVS:2026:258 ECLI:NL:RVS:2026:258 Generato dall'IA

ECLI:NL:RVS:2026:258 · Raad van State

Numero d'incarto ECLI:NL:RVS:2026:258
Autorità giudiziaria
Giurisdizione Paesi Bassi (NL)
Data della decisione

Sintesi Legislator

Generato dall'IA

Procesverloop Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 14 mei 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.H. van Wingerden, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Regesto Legislator

Generato dall'IA

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 92 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2026:258 · Raad van State: Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 8.1, 9.1 en 12 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1 Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

Parole chiave

Generato dall'IA
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 92 van de Vw 2000

Disposizioni normative citate

Generato dall'IA
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 92 van de Vw 2000

Ti chiedi come si applica questa sentenza alla tua fattispecie?

Analizza questa decisione insieme alla legislazione federale e cantonale, ai commentari e alla giurisprudenza successiva in Legislator AI.

Apri in Legislator →

Testo completo

BRS.25.002710 en BRS.25.002711 ECLI:NL:RVS:2026:258 Datum uitspraak: 19 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 december 2025 in zaak nr. NL25.23946 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 14 mei 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.H. van Wingerden, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 8.1, 9.1 en 12 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1 Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier. w.g. Essenburg voorzieningenrechter w.g. Boon griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026 977