Legislator Giurisprudenza & Legislazione
ECLI:NL:RVS:2026:110 ECLI:NL:RVS:2026:110 Generato dall'IA

ECLI:NL:RVS:2026:110 · Raad van State

Numero d'incarto ECLI:NL:RVS:2026:110
Autorità giudiziaria
Giurisdizione Paesi Bassi (NL)
Data della decisione

Sintesi Legislator

Generato dall'IA

202503797/1/V3. Datum uitspraak: 8 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 juni 2025 in zaak nr. NL24.14304 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Regesto Legislator

Generato dall'IA

artikel 8 van het EVRM; ECLI:NL:RVS:2026:110 · Raad van State: 202503797/1/V3. Datum uitspraak: 8 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 juni 2025 in zaak nr. NL24.14304 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Parole chiave

Generato dall'IA
artikel 8 van het EVRM

Disposizioni normative citate

Generato dall'IA
artikel 8 van het EVRM
Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1923, over dat artikel 8 van het EVRM niet is geschonden wanneer een vreemdeling bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming heeft).

Giurisprudenza citata

Generato dall'IA

Ti chiedi come si applica questa sentenza alla tua fattispecie?

Analizza questa decisione insieme alla legislazione federale e cantonale, ai commentari e alla giurisprudenza successiva in Legislator AI.

Apri in Legislator →

Testo completo

202503797/1/V3. Datum uitspraak: 8 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 juni 2025 in zaak nr. NL24.14304 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.E.M. Bezem, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1.

Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1923, over dat artikel 8 van het EVRM niet is geschonden wanneer een vreemdeling bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming heeft). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J. Luijendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier. w.g. Luijendijk lid van de enkelvoudige kamer w.g. Boom griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026 1058