Legislator Corpus juridique & Jurisprudence
ECLI:NL:RVS:2026:985 ECLI:NL:RVS:2026:985 Structuré par IA

ECLI:NL:RVS:2026:985 — ECLI:NL:RVS:2026:985 — Raad van State

Numéro de cause ECLI:NL:RVS:2026:985
Autorité / Tribunal
Date de la décision
Juridiction Pays-Bas — Jurisprudence (NL)

Synthèse de l'arrêt (Faits & Considérants)

Structuré par IA

BRS.26.000329 ECLI:NL:RVS:2026:985 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 9 januari 2026 in zaak nr. NL26.667 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Mi...

Regeste / Sommaire juridique

Structuré par IA
BRS.26.000329 ECLI:NL:RVS:2026:985 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 9 januari 2026 in zaak nr. NL26.667 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Mi...

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte intégral de la décision — ECLI:NL:RVS:2026:985

BRS.26.000329 ECLI:NL:RVS:2026:985 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 9 januari 2026 in zaak nr. NL26.667 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 januari 2026 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister tegen het voortduren van de bewaring aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). 2. Wat appellant in hoger beroep aanvoert, voor zover het hoger beroepschrift betrekking heeft op de uitspraak van de rechtbank in deze zaak, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor. 3. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Nederhoff griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026 347-1149