Legislator Corpus juridique & Jurisprudence
ECLI:NL:RVS:2026:971 ECLI:NL:RVS:2026:971 Structuré par IA

ECLI:NL:RVS:2026:971 — ECLI:NL:RVS:2026:971 — Raad van State

Numéro de cause ECLI:NL:RVS:2026:971
Autorité / Tribunal
Date de la décision
Juridiction Pays-Bas — Jurisprudence (NL)

Synthèse de l'arrêt (Faits & Considérants)

Structuré par IA

BRS.25.002688 ECLI:NL:RVS:2026:971 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2025 in zaak nr. NL25.61889 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migr...

Regeste / Sommaire juridique

Structuré par IA
BRS.25.002688 ECLI:NL:RVS:2026:971 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2025 in zaak nr. NL25.61889 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migr...

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte intégral de la décision — ECLI:NL:RVS:2026:971

BRS.25.002688 ECLI:NL:RVS:2026:971 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2025 in zaak nr. NL25.61889 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 23 december 2025 heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het voortduren van de bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.H. Hillen, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). 1.1. Wat appellant aanvoert is in wezen gericht tegen het inhoudelijke oordeel van de rechtbank en is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor. 2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Dallinga griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026 18-1182