Bodemproductiewet 1939193963224-06-1939269193963224-06-193926901-07-1939
Table of Provisions (18)
Statutory Text (18 Provisions)
Deze wet verstaat onder
"Onze Minister": Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
"bodemproductie": elke handeling, welke een onderdeel uitmaakt of kan uitmaken van den akkerbouw, den weidebouw, den tuinbouw, de ooftteelt, de veeteelt, de pluimveeteelt, de houtteelt en den boschbouw.
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
De maatregelen, krachtens deze wet genomen, blijven zonder gevolg, voorzover zij onverenigbaar zijn met maatregelen, ten behoeve van de landsverdediging genomen krachtens
de Spoorwegwet;
de Wet Militaire Inundatiën;
de Onteigeningswet;
de Oorlogswet voor Nederland;
de Inkwartieringswet;
de Luchtvaartwet;
de Telecommunicatiewet;
de Wegenverkeerswet 1994.
De wijziging is in werking getreden op 1 mei 1997 (Stb. 1997/172).
De wijziging is in werking getreden op 15 december 1998 (Stb. 1998/664).
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
Bij of krachtens algemeenen maatregel van bestuur kunnen algemeene en bijzondere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de bodemproductie en de bestemming van den bodem.
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
In verband met de in het vorige artikel bedoelde voorschriften kunnen uitkeeringen in geld worden gedaan overeenkomstig bij of krachtens algemeenen maatregel van bestuur te stellen regelen.
Bij de uitvoering van deze wet doet Onze Minister zich bijstaan door een regeeringscommissaris voor de bodemproductie; deze wordt door Ons benoemd, geïnstrueerd, geschorst en ontslagen.
Vervallen
Werkt terug tot en met 1 januari 1997
Vervallen
Werkt terug tot en met 1 januari 1997
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
De wijziging is in werking getreden op 1 januari 1998 (Stb. 1997/581).
De wijziging is in werking getreden op 1 juli 2009 (Stb. 2009/266).
Vervallen
1 Indien de regeeringscommissaris voor de bodemproductie of door hem gemachtigde personen het voor de uitvoering van deze wet noodig achten iemands grond te betreden of bedrijfsgebouwen binnen te gaan, moeten zoowel de eigenaren als de gebruikers van dien grond en die bedrijfsgebouwen dit te allen tijde gedoogen.
2 Worden de in het vorige lid bedoelde handelingen niet gedoogd, dan wordt de tusschenkomst van den burgemeester of van den kantonrechter ingeroepen, op wiens bevel het verrichten der handelingen, desnoods met behulp van den sterken arm, wordt mogelijk gemaakt.
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de personen, die daartoe zijn aangewezen bij besluit van Onze Minister of bij besluit van de in artikel 5 bedoelde regeringscommissaris.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Bodemproductiewet 1939".
1 Deze wet treedt in werking, voor wat betreft de artikelen 1, 5, 6 en 7, met ingang van den dag na dien harer afkondiging.
2 Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de overige artikelen in werking worden gesteld.
3 Wanneer het in het tweede lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
4 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het tweede lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
5 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het tweede lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
6 Het besluit, bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
7 Het besluit, bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.