Legislator European & Swiss Legal Corpus
ECLI:NL:RVS:2026:872 ECLI:NL:RVS:2026:872 AI generated

ECLI:NL:RVS:2026:872 — ECLI:NL:RVS:2026:872 — Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2026:872
Court / Authority
Decision Date
Jurisdiction Netherlands — Case Law (NL)

Decision Summary (Facts, Holding & Outcome)

AI generated

202503354/1/V3. Datum uitspraak: 18 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 5 juni 2025 in zaak nr. NL25.22757 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij b...

Headnote / Official Regeste

AI generated
202503354/1/V3. Datum uitspraak: 18 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 5 juni 2025 in zaak nr. NL25.22757 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij b...

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full Text of the Judgment — ECLI:NL:RVS:2026:872

202503354/1/V3. Datum uitspraak: 18 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 5 juni 2025 in zaak nr. NL25.22757 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. L.J. Meijering, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld. Op verzoek van de Afdeling heeft de minister schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van 4 september 2025, Adrar, ECLI:EU:C:2025:647. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329, onder 11 tot en met 11.2, over de gevolgen van het arrest Adrar voor een maatregel van bewaring met het oog op uitzetting). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. 2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. De Moor-van Vugt lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Meurs-Heuvel griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026 47-1111