Legislator Rechtsdatenbank & Rechtsprechung
ECLI:NL:RVS:2026:940 ECLI:NL:RVS:2026:940 KI-strukturiert

ECLI:NL:RVS:2026:940 — ECLI:NL:RVS:2026:940 — Raad van State

Geschäftsnummer ECLI:NL:RVS:2026:940
Gericht / Behörde
Entscheiddatum
Rechtsordnung Niederlande — Rechtsprechung (NL)

Zusammenfassung (Sachverhalt & Erwägungen)

KI-strukturiert

BRS.25.002695 ECLI:NL:RVS:2026:940 Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2025 in zaak nr. NL25.61838 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migr...

Leitsatz / Regeste

KI-strukturiert
BRS.25.002695 ECLI:NL:RVS:2026:940 Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2025 in zaak nr. NL25.61838 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migr...

Fragen Sie sich, wie dieser Entscheid auf Ihren Fall anwendbar ist?

Prüfen Sie diesen Entscheid zusammen mit Bundesrecht, kantonalen Erlassen, Kommentaren und Folgeentscheiden in Legislator AI.

Fall in Legislator öffnen →

Volltext des Entscheids — ECLI:NL:RVS:2026:940

BRS.25.002695 ECLI:NL:RVS:2026:940 Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2025 in zaak nr. NL25.61838 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 23 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R. Deniz, advocaat in Breda, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026 1179-644