Legislator Rechtsdatenbank & Rechtsprechung
ECLI:NL:RVS:2026:8 ECLI:NL:RVS:2026:8 KI-strukturiert

ECLI:NL:RVS:2026:8 — ECLI:NL:RVS:2026:8 — Raad van State

Geschäftsnummer ECLI:NL:RVS:2026:8
Gericht / Behörde
Entscheiddatum
Rechtsordnung Niederlande — Rechtsprechung (NL)

Zusammenfassung (Sachverhalt & Erwägungen)

KI-strukturiert

BRS.25.001304 ECLI:NL:RVS:2026:8 Datum uitspraak: 6 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 september 2025 in zaak nr. NL25.41654 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie...

Leitsatz / Regeste

KI-strukturiert
BRS.25.001304 ECLI:NL:RVS:2026:8 Datum uitspraak: 6 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 september 2025 in zaak nr. NL25.41654 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie...

Fragen Sie sich, wie dieser Entscheid auf Ihren Fall anwendbar ist?

Prüfen Sie diesen Entscheid zusammen mit Bundesrecht, kantonalen Erlassen, Kommentaren und Folgeentscheiden in Legislator AI.

Fall in Legislator öffnen →

Volltext des Entscheids — ECLI:NL:RVS:2026:8

BRS.25.001304 ECLI:NL:RVS:2026:8 Datum uitspraak: 6 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 september 2025 in zaak nr. NL25.41654 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Berkel en Rodenrijs, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 17 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4282, onder 3, over het op verzoek indienen van een schriftelijke reactie vanuit het oogpunt van hoor en wederhoor, waarvoor geen proceskosten worden toegekend). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. 2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. De Moor-van Vugt lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2026 347-1085