ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.702 — ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.702 — Conseil d'État
Zusammenfassung (Sachverhalt & Erwägungen)
KI-strukturiertRAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.702 van 22 april 2026 in de zaak A. 247.123/VII-43.146 In zake : 1. XXXXX 2. XXXXX 3. XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Nachtergaele kantoor houdend te 1210 Brussel Haachtsesteenweg 55 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door ...
Leitsatz / Regeste
KI-strukturiertVolltext des Entscheids — ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.702
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.702 van 22 april 2026 in de zaak A. 247.123/VII-43.146 In zake : 1. XXXXX 2. XXXXX 3. XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Nachtergaele kantoor houdend te 1210 Brussel Haachtsesteenweg 55 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 23 januari 2026, strekt tot de cassatie van arrest nr. 338.452 van 22 december 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 24 februari 2026 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. 1. Opdat een vordering toelaatbaar kan worden geacht, dient de verzoekende partij te beschikken over de vereiste procesbekwaamheid en hoedanigheid. Om regelmatig een cassatieberoep in te stellen bij de Raad van State, moet een niet-ontvoogde minderjarige bovendien worden vertegenwoordigd door de persoon die het ouderlijk gezag over zijn persoon uitoefent. VII-43.146-1/2 2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep hangt te dezen samen met het enige middel van de verzoekende partijen. De verzoekende partijen verduidelijken in dit middel niet welke bepalingen zouden zijn geschonden met het bestreden arrest in de mate dat de eerste en tweede verzoekende partij als minderjarigen worden beschouwd. Evenmin voeren zij aan welke bepalingen (van het Afghaanse recht) zouden zijn geschonden in de mate dat wordt geoordeeld dat de derde verzoekende partij niet heeft aangetoond dat zij als wettelijke voogd kan optreden voor de eerste en tweede verzoekende partij. De verzoekende partijen tonen zodoende niet aan dat zij over de vereiste procesbekwaamheid en hoedanigheid beschikken om een cassatieberoep in te stellen. 3. Het cassatieberoep is kennelijk niet ontvankelijk. BESLUIT: 1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar. 2. De eerste en tweede verzoekende partij worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op tweeëntwintig april tweeduizend zesentwintig door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-43.146-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.702