ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.267.253 — ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.267.253 — Conseil d'État
Zusammenfassung (Sachverhalt & Erwägungen)
KI-strukturiertRAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 267.253 van 26 juni 2026 in de zaak A. 244.077/X-18.980 In zake : M.V. tegen : de GEMEENTE TIELT-WINGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwe...
Leitsatz / Regeste
KI-strukturiertVolltext des Entscheids — ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.267.253
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 267.253 van 26 juni 2026 in de zaak A. 244.077/X-18.980 In zake : M.V. tegen : de GEMEENTE TIELT-WINGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 3 februari 2025, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de gemeenteraad van Tielt-Winge van 17.10.2024 waarbij deze zich onbevoegd verklaart om uitspraak te doen over het verzoek van verzoeker vast te stellen dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, namelijk […] een feitelijk bestaand pad (aardeweg) dat de verbinding vormt tussen de straat ‘Heikant’ ten westen en Gemeenteweg (Pad) nr. 40 ten oosten, gelegen te Houwaart, deelgemeente van Tielt-Winge”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. X-18.980-1/9 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 21 augustus 2024 dient verzoeker bij de verwerende partij een verzoekschrift in om overeenkomstig artikel 13, §§ 2 en 3, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) het dertigjarig publiek gebruik van de grondstrook gelegen tussen buurtweg nr. 40, opgenomen in de Atlas der Buurtwegen, en de Heikant vast te stellen en deze grondstrook te erkennen als gemeenteweg. Hij vermeldt hierbij dat “minstens sinds het begin van de jaren 1960 […] de weg aanwezig is in zijn actuele ligging”. X-18.980-2/9 De grondstrook waarvan verzoeker gewaagt, en de buurtwegen 40 en 41 kunnen als volgt worden weergegeven: 3.2. Op 17 oktober 2024 verklaart de gemeenteraad van Tielt-Winge zich onbevoegd om het dertigjarig publiek gebruik van de betrokken grondstrook vast te stellen. Dit is het bestreden besluit, dat volgende motieven bevat: “[Verzoeker] stelt in diens verzoekschrift dat de kwestige verbinding bestaat sinds de periode tussen 1930 en 1962. Sinds het begin van de jaren ’60 is de weg aanwezig op zijn actuele ligging […]. De vaststelling van de 30-jarige verjaring (publiek gebruik van grondstrook als gemeenteweg) moet dateren van na de inwerkingtreding van het decreet gemeentewegen van 2019: alleen in dat geval is de gemeenteraad bevoegd om er zich over uit te spreken; Indien - wat in casu en na onderzoek blijkt - de 30-jarige verjaring dateert van voor inwerkingtreding van het decreet dan blijft de rechterlijke macht/vrederechter bevoegd en heeft de gemeenteraad geen bevoegdheid om er zich over uit te spreken. Artikel 13 van het gemeentewegendecreet luidt als volgt: […] Artikel 85 van het gemeentewegendecreet bepaalt verder dat ‘alle gemeentelijke wegen … die bestaan op 1 september 2019, (…) voor de toepassing van dit decreet (worden) geacht een gemeenteweg te zijn’. Artikel 86 van hetzelfde decreet bepaalt dat ‘de algemene rooiplannen, de rooilijnplannen en de plannen voor de begrenzing van de buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen worden opgenomen in het gemeentelijk wegenregister, vermeld in artikel 37. Ze behouden hun X-18.980-3/9 verordenende kracht tot ze worden vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dit decreet’, terwijl artikel 87 van hetzelfde decreet bepaalt dat ‘rooilijnen die zijn vastgesteld of goedgekeurd op grond van andere wetgeving, (…) geldig blijven tot ze worden opgeheven of vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dit decreet’. Uit die overgangsbepalingen dient te worden afgeleid dat de ontstentenis van een rooilijnplan ter uitvoering van het gemeentewegendecreet, net zoals de afwezigheid van een gemeentelijk wegenregister, gemeentelijk beleidskader of een gemeentelijk reglement zoals door verzoekster bedoeld, geenszins het bestaan van een gemeenteweg tegenspreekt, evenmin het te voeren beleid en de wettelijke handhavingsmogelijkheden opschort. De gemeenteraad mag hieruit afleiden dat zij geen bevoegdheid heeft om zich uit te spreken over het in aanmerking nemen van de grondstrook als gemeenteweg aangezien de gemeenteweg al bestaat, evenmin om vast te stellen dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd. Uit de parlementaire voorbereidingen blijkt niet het tegendeel, maar wel dat het publiek gebruik betrekking heeft op de voorbije dertig jaar, derhalve dat de gemeenteraad geen uitspraak kan doen over het in aanmerking nemen van de grondstrook als gemeenteweg en over de vaststelling dat een grondstrook ooit eens dertig jaar – maar niet de voorbije dertig jaar – door het publiek gebruikt werd.” IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 4. Verzoeker voert onder meer de schending aan van artikel 13, §§ 1 en 2, van het gemeentewegendecreet. Hij licht toe dat de verwerende partij niet betwist dat er sprake is van een ononderbroken publiek gebruik van het gewijzigde tracé sinds de jaren 1960, doch eist dat het publieke gebruik dat voorafgaat aan 1 september 2019 op zichzelf geen dertig jaar mag hebben bereikt, in welk geval het volgens haar aan de burgerlijke rechtbank toekomt de verjaring ten bate van het publiek vast te stellen. Verzoeker betwist dit en betoogt dat artikel 13, § 2, van het gemeentewegendecreet slechts “als voorwaarde stelt […] dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd”. Deze tekst laat de mogelijkheid van een langer publiek gebruik geheel open. Verzoeker verwijst ook naar de parlementaire voorbereiding bij het gemeentewegendecreet. X-18.980-4/9 5. In de memorie van antwoord vat de verwerende partij haar standpunt over artikel 13 van het gemeentewegendecreet als volgt samen: “De Verwerende Partij is van mening dat ingevolge artikel 1.2 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek het Decreet Gemeentewegen, en de daarin vervatte ‘autonome visie’ op verjaring, geen retroactieve werking heeft en als zodanig niet toepasselijk is op het (laten) vaststellen van een verjaring die reeds ingetreden was. Toegelicht meent de Verwerende Partij dat de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 13, §§1-2 van het Decreet Gemeentewegen slechts gehanteerd kan worden in zoverre deze betrekking heeft op het vaststellen van een publiek gebruik indien dit zich voordoet gedurende de ‘voorbije dertig jaar’. Bijgevolg meent Verwerende Partij dat deze procedure enkel aangewend kan worden in zoverre deze periode van dertig jaar, cfr. de gemeenrechtelijke verjaringstermijnen, komt te ‘voltrekken’ ná 1 september 2019, zijnde de datum van inwerkingtreding van het Decreet Gemeentewegen. Voor verjaring voltrokken vóór deze datum blijven de burgerlijke rechtbanken exclusief bevoegd. […] Verwerende Partij verwijst daarbij ook naar de rechtspraak die zich ontwikkeld heeft bij de burgerlijke rechtbanken waar voormeld standpunt vaste rechtspraak uitmaakt, hetgeen bovendien ook door het Hof van Cassatie werd vastgesteld. Gelet vóór 1 september 2019 de burgerlijke rechtbanken op grond van artikel 144 van de Grondwet exclusief bevoegd waren en de gemeenteraad ná 1 september 2019 exclusief bevoegd is geworden, kan er geen sprake zijn van een parallelle bevoegdheid. Bovendien stelt artikel 13, §4 van het Decreet Gemeentewegen uitdrukkelijk dat de opmaak van een rooilijnplan ook kan voortvloeien uit een rechterlijke beslissing die de ‘verkrijgende’ verjaring vaststelt, wat er eveneens op wijst dat de burgerlijke rechtbanken nog steeds exclusief bevoegd zijn voor de vaststelling van een verjaring ingetreden vóór 1 september 2019.” 6. Verzoeker herhaalt in de memorie van wederantwoord dat het enkele feit dat de weg voorafgaandelijk aan de inwerkingtreding van het decreet al langer dan dertig jaar publiek wordt gebruikt, geen afdoende motief voor de gemeenteraad is om zich onbevoegd te verklaren. Dat ook de burgerlijke rechtbank het publiek statuut zou kunnen erkennen op grond van een dertigjarig publiek gebruik voorafgaand aan 1 september 2019, staat de toepasselijkheid van artikel 13, § 2, van het gemeentewegendecreet niet in de weg. In elk geval bestaat er geen rechterlijke uitspraak met betrekking tot de grondstrook in kwestie, zodat de door de verwerende partij hieromtrent geciteerde rechtspraak niet relevant is. X-18.980-5/9 7. In de laatste memorie betwist de verwerende partij dat een bestaand openbaar gebruik gedurende meer dan 70 jaar tot enige bevoegdheid in hoofde van de gemeente zou kunnen leiden. Volgens haar is er sprake van twee exclusieve bevoegdheden: - de gemeenteraad is exclusief bevoegd voor een dertigjarige verjaring ingetreden ná 1 september 2019 en - de burgerlijke rechter is exclusief bevoegd voor een dertigjarige verjaring ingetreden vóór 1 september 2019. Beoordeling 8. Artikelen 13, 85 en 86 van het op 1 september 2019 in werking getreden gemeentewegendecreet luiden: “Art. 13. - § 1. Grondstroken waarvan met enig middel van recht bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, kunnen in aanmerking komen als gemeenteweg. De toegankelijkheid van private wegen, vermeld in artikel 12septies, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, geldt niet als bewijs van een dertigjarig gebruik door het publiek. § 2. De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden. De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2 kan eenieder een verzoekschrift indienen bij de voorzitter van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen. Dat verzoekschrift wordt schriftelijk ingediend, en bevat een toelichting en de nodige bewijsmiddelen over het dertigjarige gebruik door het publiek. § 4. Als het dertigjarige gebruik door het publiek is vastgesteld in een uitvoerbare rechterlijke uitspraak, vloeien de verplichting tot de opmaak van een rooilijnplan en de vestiging van een publiek recht van doorgang rechtstreeks uit die uitspraak voort. § 5. Als de gemeente met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, dan is de X-18.980-6/9 gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein, zonder toepassing van artikel 28. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder meer het aanbrengen van een duurzame wegverharding over het geheel of over een substantieel deel van de weg of het aanbrengen van openbare verlichting als bezitshandelingen beschouwd. […] Art. 85. - Alle gemeentelijke wegen en buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen die bestaan op 1 september 2019, worden voor de toepassing van dit decreet geacht een gemeenteweg te zijn. Art. 86. - De algemene rooiplannen, de rooilijnplannen en de plannen voor de begrenzing van de buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen worden opgenomen in het gemeentelijk wegenregister, vermeld in artikel 37. Ze behouden hun verordenende kracht tot ze worden vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dit decreet.” 9. Artikel 13, § 2, van het gemeentewegendecreet kent de gemeenteraad weliswaar de bevoegdheid toe om vast te stellen dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, doch dit decreet doet geen afbreuk aan de rechtsmacht van de justitiële rechter om uitspraak te doen inzake geschillen over burgerlijke rechten. De vraag of er al dan niet sprake is van dit dertigjarige gebruik betreft een burgerlijk recht, zodat het aan de justitiële rechter toekomt om te oordelen over de geschillen die ter zake rijzen. De eerstgenoemde bevoegdheid van de gemeenteraad bestaat parallel naast de laatstgenoemde rechtsmacht van de justitiële rechter, zodat het onterecht is dat de verwerende partij voorhoudt dat er sprake zou zijn van exclusieve bevoegdheden van, enerzijds, de gemeenteraad en, anderzijds, de justitiële rechter, naar gelang de dertigjarige verjaring na of vóór 1 september 2019 is ingetreden. Voorts staat het – zoals in herinnering is gebracht in ’s Raads arrest nr. 256.401 van 28 april 2023 ( ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.401 ) – buiten kijf dat de gemeenteraad bij de in artikel 13, § 2, van het gemeentewegendecreet bedoelde vaststelling rekening mag houden met het gebruik dat het publiek van de betrokken grondstrook heeft gemaakt vóór de datum X-18.980-7/9 van inwerkingtreding van het gemeentewegendecreet en moet het zo begrepen worden dat het gaat om een publiek gebruik van minstens dertig jaar. Vastgesteld moet worden dat de verwerende partij aan artikel 13 van het gemeentewegendecreet een lezing geeft die met deze bepaling onverenigbaar is. Aan die vaststelling wordt noch door de artikelen 85 en 86 van het gemeentewegendecreet, noch door artikel 1.2 van het Burgerlijk Wetboek afbreuk gedaan. 10. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tielt-Winge van 17 oktober 2024 waarin deze zich onbevoegd verklaart om zich uit te spreken over het verzoekschrift van M.V. om het dertigjarig publiek gebruik vast te stellen van de grondstrook tussen gemeenteweg nr. 40 opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Houwaart en de Heikant. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. X-18.980-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig juni tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.980-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.267.253