Legislator Rechtsprechung & Gesetzgebung
ECLI:NL:RVS:2026:591 ECLI:NL:RVS:2026:591 KI-generiert

ECLI:NL:RVS:2026:591 · Raad van State

Geschäftsnummer ECLI:NL:RVS:2026:591
Gericht / Behörde
Rechtsordnung Niederlande (NL)
Entscheiddatum

Legislator-Zusammenfassung

KI-generiert

Bij uitspraak van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant heeft op de zitting in beroep aangevoerd dat in de camerabeelden is geknipt, waarop de rechtbank heeft overwogen dat zij geen aanleiding heeft om dat te veronderstellen. Appellant herhaalt dit standpunt in hoger beroep, zonder dit met stukken te onderbouwen of nader toe te lichten waaruit dit volgens hem blijkt.

Legislator-Regeste

KI-generiert

artikel 85 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2026:591 · Raad van State: Daarmee legt appellant niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist is. De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

Schlagwörter

KI-generiert
artikel 85 van de Vw 2000

Zitierte Gesetzesbestimmungen

KI-generiert
artikel 85 van de Vw 2000
De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

Fragen Sie sich, wie dieser Entscheid auf Ihren Fall anwendbar ist?

Prüfen Sie diesen Entscheid zusammen mit Bundesrecht, kantonalen Erlassen, Kommentaren und Folgeentscheiden in Legislator AI.

Fall in Legislator öffnen →

Volltext

BRS.25.001460 ECLI:NL:RVS:2026:591 Datum uitspraak: 6 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 3 oktober 2025 in zaak nr. 25/10827 in het geding tussen: appellant en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Procesverloop Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden.

Bij uitspraak van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant heeft op de zitting in beroep aangevoerd dat in de camerabeelden is geknipt, waarop de rechtbank heeft overwogen dat zij geen aanleiding heeft om dat te veronderstellen. Appellant herhaalt dit standpunt in hoger beroep, zonder dit met stukken te onderbouwen of nader toe te lichten waaruit dit volgens hem blijkt.

Daarmee legt appellant niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist is. De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van den Oosterkamp griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026 941-1151