# ECLI:NL:RVS:2026:892 — ECLI:NL:RVS:2026:892 — Raad van State

**Geschäftsnummer:** ECLI:NL:RVS:2026:892
**ECLI:** ECLI:NL:RVS:2026:892
**Gericht / Behörde:** Raad van State
**Entscheiddatum:** 2026-02-20
**Canonical Legislator URL:** https://legislator.ch/de/case/nl/ECLI_NL_RVS_2026_892/ecli-nl-rvs-2026-892-ecli-nl-rvs-2026-892-raad-van-state
**Official Source URL:** https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:892

## Zusammenfassung (Sachverhalt & Erwägungen)

BRS.25.002121 ECLI:NL:RVS:2026:892 Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 november 2025 in zaak nr. NL25.54042 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migra...

## Leitsatz / Regeste

BRS.25.002121 ECLI:NL:RVS:2026:892 Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 november 2025 in zaak nr. NL25.54042 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migra...

## Volltext des Entscheids

BRS.25.002121 ECLI:NL:RVS:2026:892 Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 november 2025 in zaak nr. NL25.54042 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.M. Seth Paul, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. J.M. Willems en mr. M. den Heyer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. De Poorter voorzitter w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026 644
